Veelgestelde vragen

Genitale wratten zijn bobbeltjes of uitstulpinkjes, die nog het meest lijken op piepkleine bloemkooltjes. Ze zitten op en rond de geslachtsdelen. Soms zitten de wratten inwendig. Dan zijn ze moeilijk te ontdekken. Als je vermoedt dat je genitale wratten hebt, ga dan naar een arts om je te laten onderzoeken.


Hoe herken je genitale wratten?

Op zich hoeft dat niet. Meestal gaan de wratjes vanzelf weg. Maar genitale wratten zijn de eerste drie maanden relatief gemakkelijk te behandelen. Bovendien kan het aantal wratten zich snel uitbreiden. Veel mensen vinden dat een onaangenaam gezicht. Als de wratten zich uitbreiden zijn ze ook moeilijker te behandelen. Bovendien zijn de wratten erg besmettelijk. Door je te laten behandelen, wordt je vermoedelijk minder besmettelijk.

Genitale wratten worden meestal overgedragen via seksueel contact. Maar je kunt het ook krijgen als je bijvoorbeeld de handdoek of washand gebruikt van iemand die genitale wratten heeft en zich net met die handdoek heeft afgedroogd. Genitale wratten kunnen ook worden overgebracht via de vingers, als die kort tevoren in contact met de genitalien zijn geweest.

Een condoom verkleint de kans op de meeste seksueel overdraagbare aandoeningen. Het biedt ook bescherming tegen genitale wratten, maar geen 100%. Omdat een condoom de geslachtsdelen nooit helemaal bedekt, blijft besmetting mogelijk als de wratjes buiten de condoomrand zitten. Ook beschermt het condoom niet als er virusuitscheiding plaatsvindt op de huid rond de geslachtsdelen.


Klik hier voor meer informatie over het voorkomen van genitale wratten.

Genitale wratten worden veroorzaakt door een ander virus dan de wratten die je op je vingers hebt.

Helaas kunnen genitale wratten ook na behandeling terugkeren. Dat gebeurt in 25-30% van de gevallen binnen een half jaar. Dit komt omdat het virus, ondanks de behandeling vaak toch achterblijft. Hoe eerder je je laat behandelen, des te makkelijker is de behandeling.

De wratten hebben vrijwel nooit gevolgen voor de baby. Sommige behandelingen kunnen wel gevaarlijk zijn voor het ongeboren kind. Vertel daarom aan je arts dat je zwanger bent, zodat hij de behandeling hierop af kan stemmen. Na je zwangerschap kunnen de wratten een stuk minder zijn of zelfs vanzelf verdwijnen.

De arts kan een aantal dingen voor je doen:
• Als je zelf geen wratjes ziet, kan hij of zij kijken of hij met inwendig onderzoek wel wratjes ziet. Wratjes komen binnen een jaar na de infectie te voorschijn.
• Je arts kan onderzoeken of je eventueel een andere soa hebt.
• Als je wratjes hebt, kan je arts deze eventueel behandelen.
• Als je geen wratjes hebt, kan de arts echter niet vaststellen of je bent geïnfecteerd. Je kunt het virus namelijk ook bij je dragen, zonder dat je wratjes hebt.

Ook als de wratjes na de behandeling zijn verdwenen, is veilig vrijen belangrijk. Je weet namelijk niet zeker of je het virus kwijt bent. Veilig vrijen is bovendien niet alleen van belang om infectie met het wrattenvirus te voorkomen, maar ook om andere soa te voorkomen.


Kijk hier voor informatie om genitale wratten te voorkomen.

Sommige medicijnen mag je niet gebruiken tijdens de zwangerschap. Dat geldt met name in de eerste drie maanden. Bespreek met je arts dat je zwanger wilt worden en stem de behandeling daar op af. Als je de wratten wilt behandelen voor je zwanger wordt en je kiest voor een middel dat schade aan het ongeboren kind kan verrichten, zorg dan voor een goed anticonceptiemiddel tijdens de behandeling.